Kort antwoord
Elke keer als ik Doughbert voed, blijft er discard over — het deel van de starter dat je weggooit om hem niet te groot te laten worden. In plaats van dat weg te gooien, gebruik ik het voor dikke, luchtige American-style pannenkoeken: een zachte binnenkant, goudbruine buitenkant en een subtiele zuurdesemsmaak. Geen verspilling, en gewoon lekker.
Je hoeft hiervoor geen actieve starter te hebben — dat is juist het voordeel van een discard-recept. Doughbert hoeft niet gevoed, niet verdubbeld en niet op zijn piek te zijn.
Wat je nodig hebt
- 10–12 pancakes, Ø 10–12 cm, voor 3–4 personen
- ±30 minuten totale tijd
- 50–60 g beslag per pancake
Ingrediënten
| Ingrediënt | Hoeveelheid |
|---|---|
| Doughbert discard | 200 g |
| Patentbloem | 180 g |
| Volle melk | 220 g |
| Eieren | 2 |
| Roomboter, gesmolten | 40 g |
| Kristalsuiker | 30 g |
| Bakpoeder | 8 g |
| Baking soda | 2 g |
| Zout | 3 g |
| Vanille-extract | 1 tl |
| Kaneel (optioneel) | ½–1 tl |
Welke discard gebruiken?
Ik gebruik hiervoor Doughbert-discard met 100% hydratatie (gevoed met gelijke hoeveelheden bloem en water). De discard hoeft niet actief te zijn en mag rechtstreeks uit de koelkast komen — zelf haal ik hem ongeveer 15-30 minuten van tevoren eruit en roer ’m even door voordat ik afweeg. Hoe ouder de discard, hoe uitgesprokener de zure smaak kan worden. Gebruik ’m uiteraard niet bij tekenen van bederf of schimmel.
Waarom bakpoeder én baking soda naast de discard?
Doughbert zorgt hier vooral voor smaak en karakter, niet voor de rijs — ik wacht niet urenlang tot de wilde gisten het beslag laten rijzen. Bakpoeder geeft een betrouwbare luchtigheid. Baking soda reageert met de zuren in de discard, wat helpt bij de luchtigheid én een deel van de uitgesproken zure smaak neutraliseert. Het resultaat moet een subtiele zuurdesemsmaak zijn, geen extreem zure pancake.
Bereiding
1. Discard voorbereiden Weeg 200 g Doughbert discard af. Laat ’m 15-30 minuten op temperatuur komen als hij uit de koelkast komt, en roer even door. Hij hoeft niet te verdubbelen, niet gevoed te worden en niet op zijn piek te staan.
2. Boter smelten Smelt 40 g roomboter rustig en laat een paar minuten afkoelen — hij mag vloeibaar zijn, maar niet gloeiend heet aan de eieren worden toegevoegd.
3. Natte ingrediënten Meng in een grote kom de discard, melk, eieren, suiker en vanille-extract met een garde tot een redelijk homogeen mengsel. Voeg de afgekoelde gesmolten boter toe en meng kort door.
4. Droge ingrediënten Meng in een aparte kom de bloem, bakpoeder, baking soda en zout (en eventueel kaneel) goed door elkaar, zodat vooral het bakpoeder en de baking soda straks gelijkmatig door het beslag worden verdeeld.
5. Beslag maken Voeg de droge ingrediënten bij de natte en meng met een garde of spatel — alleen tot vrijwel alle bloem is opgenomen. Een paar kleine klontjes zijn prima. Niet minutenlang doorkloppen: te lang mengen geeft meer glutenontwikkeling en dus taaiere pancakes, terwijl we juist een zachte, luchtige structuur willen.
Het beslag moet duidelijk dikker zijn dan traditioneel Nederlands pannenkoekenbeslag — het valt langzaam van een lepel en loopt in de pan enigszins uit, maar spreidt niet meteen als een dunne vloeistof over de hele pan. Te dik? Voeg melk toe in stapjes van 10-15 g. Te dun? Voeg niet meteen bloem toe, laat het beslag eerst even rusten — de bloem neemt tijdens de rust nog vocht op.
6. Beslag laten rusten Laat het beslag ongeveer 10 minuten rusten, zodat de bloem het vocht verder kan opnemen. Laat het na het toevoegen van bakpoeder en baking soda niet onnodig een uur of langer staan — de rijsmiddelen moeten tijdens het bakken nog voldoende kracht hebben.
7. Pan voorverwarmen Gebruik een zware koekenpan of gietijzeren pan op middellaag vuur. Laat de pan rustig op temperatuur komen en vet ’m licht in met roomboter — niet te veel, we willen bakken en licht bruinen, niet frituren.
8. Bakken Gebruik 50-60 g beslag per pancake (±10-12 cm doorsnee), met voldoende ruimte ertussen. De eerste kant heeft meestal 2-3 minuten nodig.
Wanneer omdraaien? Kijk niet alleen naar de klok. Draai om zodra er belletjes aan de bovenkant verschijnen en een aantal ervan openbarsten, de buitenste rand er minder nat uitziet, de onderkant goudbruin is, en de pancake stevig genoeg is om met een spatel op te tillen.
9. Tweede kant Bak de tweede kant 1-2 minuten — meestal iets minder lang. Druk de pancake na het omdraaien niet plat: als hij mooi omhoogkomt is dat precies wat we willen, platdrukken kost je een deel van de luchtigheid.
Warm houden en bewaren
Pancakes zijn het lekkerst direct na het bakken. Wil je eerst de hele stapel bakken, houd de al gebakken pancakes dan kort warm in een oven van 80-100°C — niet te lang, anders drogen ze uit.
Laat overgebleven pancakes volledig afkoelen en bewaar ze afgedekt in de koelkast, ongeveer 2-3 dagen. Ze kunnen ook worden ingevroren (leg er bakpapier tussen zodat je ze los uit de vriezer kan halen). Opwarmen kan in de broodrooster, koekenpan of oven.
Toppings
Klassiek: gezouten of ongezouten roomboter, maple syrup, poedersuiker
Fruit & fris: aardbeien, blauwe bessen, frambozen, banaan, mango, Griekse yoghurt, skyr, honing, citroenrasp
Chocolade/dessert: Nutella, banaan, geroosterde hazelnoten, witte chocolade, karamelsaus, vanille-ijs
Appel-kaneel: dunne plakjes appel apart gebakken in een beetje roomboter, kaneel en eventueel bruine suiker, licht gekarameliseerd en warm geserveerd over de pancakes.
Blauwe bessen-pancakes: meng de bessen niet vooraf door het hele beslag. Doe eerst 50-60 g beslag in de pan, verdeel dan een paar bessen over de nog natte bovenkant, en bak normaal verder — zo controleer je de hoeveelheid fruit per pancake beter.
Mijn eigen favoriete stapeling
Een stapel van 3 warme pancakes, met een klein beetje gezouten roomboter, pure maple syrup, verse blauwe bessen, een flinke lepel dikke vanille-skyr en een beetje versgeraspte citroenschil. Zoet van de siroop, licht zout van de boter, fris van bessen en citroen, romig van de skyr, en op de achtergrond de subtiele gefermenteerde smaak van Doughbert.
Veelgemaakte fouten
- Beslag te lang mixen — een paar klontjes zijn prima, te lang mengen maakt de pancakes taaier.
- Pan te heet — donker van buiten en rauw van binnen is meestal een temperatuurprobleem. Bak liever iets rustiger.
- Te vroeg omdraaien — wacht op de belletjes en een steviger wordende rand.
- Pancake platdrukken — niet doen, dat kost je de opgebouwde lucht.
- Te veel beslag per pancake — grote, dikke pancakes zijn moeilijker gelijkmatig gaar te krijgen. 50-60 g is een goed uitgangspunt.
- Te veel melk toevoegen — het beslag hoort dik te zijn, dit zijn American-style pancakes, geen dunne Nederlandse pannenkoeken.
- Extreem oude/zure discard gebruiken — een lichte zuurdesemsmaak is lekker, maar bij zeer scherpe discard kan die smaak de pancake gaan overheersen.
Spullen die ik hiervoor gebruik
Deze pagina bevat affiliate-links naar bol.com. Als je via een link hieronder iets koopt, ontvangen wij mogelijk een commissie — dit heeft geen invloed op de prijs die je betaalt.


